zondag 17 augustus 2014

Heerlijk eten op de grond in Wakatobi



Voor anker bij Wanci

Om half zeven in de ochtend van woensdag 13 augustus zien we de ingang van de vaargeul naar het eiland Wangi–Wangi liggen. Het is een smalle doorgang door het koraal, maar gelukkig komt een bootje voor ons uitvaren. Wat een service. Speciaal voor ons zijn er moorings neergelegd voor de plaats Wanci.

Omdat Sam, de organisator van de Indonesië Rally, met ons is meegevaren, gaan we vrij snel naar de kant om hem af te zetten. Hier is een uitgebreid welkomst comité, er zijn de jongens die alle boten helpen met binnenkomen, er zijn een tiental jonge studenten die graag hun Engels met ons willen oefenen en ons wegwijs maken, de officials klaren ons gemakkelijk in en een drietal mensen organiseert tochtjes voor ons. Het kan niet op.

Zowel leerkrachten als kinderen willen dolgraag met ons op de foto

Die ochtend lopen we met een drietal gidsen heel gezellig over de markt, we denken dan nog dat we etenswaren moeten kopen. We lopen langs een aantal scholen, even binnen kijken is geen probleem. De klaslokalen liggen rond een schoolplein en zijn zijn eenvoudig ingericht. Eén school heeft een bibliotheek, waar een paar kasten met tijdschriften staan. Boeken zien we er niet. De kinderen zitten op de grond te dammen met schaakstukken. Iedereen is enthousiast over ons bezoek en wil met ons op de foto. We hebben allemaal heel veel plezier.

We worden ontvangen met een ere-haag

Nu zijn we toch wel moe, we gaan even bij slapen op de Pélagie. Niet te lang want om twee uur staat ons eerste tochtje op het programma. Met een bus rijden we een half uurtje het binnenland in. We worden ontvangen door een erehaag van jongens in traditionele dracht. Het plein van de plaatselijke lagere school is omgetoverd tot een ontvangsthal. Bamboe palen dragen palmbladeren zodat we schaduw hebben en ook op de grond liggen netjes palmbladeren als tapijt. 

De ouderen van het dorp zitten al op ons te wachten

Traditionele muziek van trommels en een gong schept een gezellige sfeer. De ouderen van het dorp, ongeveer 15 mannen met ernstige gezichten, zitten al op ons te wachten in hun prachtige traditionele kleding en hoofddeksels. De dorpelingen zelf staan er in grote getale omheen om ons te bekijken. Na een welkomst-speech wordt er gebeden en krijgen we allemaal zelf gemaakte versnaperingen aangeboden. Lekker.

Er wordt een traditioneel knikkerspel gespeeld, natuurlijk moeten wij ook meedoen tot grote hilariteit van iedereen, lachen geblazen.

Een zestal meisjes, zwaar opgemaakt, in prachtige glanzende kostuums, dansen sierlijk op de muziek. Daarna moeten wij natuurlijk ook meedoen net als een aantal andere toeschouwers. Weer veel lachen en hilariteit; we genieten allemaal. Via een prachtig uitzichtpunt rijden we terug naar de haven, wat een geslaagde middag.

Er is geen activiteiten gepland voor de volgende ochtend, op ons verzoek regelt de organisatie een viertal auto’s en gaan we snorkelen. Het is prachtig, het koraal groeit naar beneden langs een verticale muur. 

We zien wéér nieuwe soorten vis

Het zicht is fantastisch en er is heel veel vis; grote scholen hele kleine visjes, tientallen soorten iets grotere vissen, zelfs een aantal grote roofvissen en drie barracuda’s! Een zeeslang zwemt sierlijk vlak voor mij naar boven om adem te halen en zwemt weer terug om tussen het koraal verder te scharrelen.

Dansers met de speer in hun hand

‘s Middags rijden we naar een ander dorp. Vlak voor de oude moskee uit 1450 staan de stoelen voor ons klaar. Op het terrein ervoor worden een aantal krijgsdansen uitgevoerd, begeleid door trommels. Mooi. 

Het eten staat al klaar, de ouderen zitten al op de grond, of we maar willen aanschuiven

Alle zeilers worden uitgenodigd naar een apart gebouw te komen. Daar zitten de ouderen van het dorp al klaar in kleermakerszit op de vloer in hun traditionele gewaden. Het eten, wel 30 schalen, staat in het midden uitgestald. Wij worden uitgenodigd om aan de andere kant te gaan zitten en na het traditionele gebed, van het eten te nemen. Het is heerlijk; wel een beetje scherp voor mijn smaak, maar een aantal groentegerechten, zoals boontjes met taugé en pinda’s is verrukkelijk. Meisjes in prachtige kledij schuiven steeds maar weer nieuwe schotels naar ons toe. Zelfs hele krabben worden geserveerd. Er is ook een heerlijk frisse, koude kokos melkdrank met fruit-jelly. Wat een weelde, wat een speciale, gastvrije ontvangst. 

Ook sommige toeschouwers zien er prachtig uit


Ook aan de rest van het dorp worden versnaperingen uitgedeeld.Na het eten is er nog een demonstratie “been-vechten”. Het ziet er spectaculair uit, alle omstanders genieten mee. We moeten nodig terug, ‘s avonds wordt ons door de organisatie een galadiner aangeboden in een luxe resort. Het is wel ruim een uur rijden in een slecht geventileerde bus over hobbelige wegen, maar je moet er wat voor over hebben. Het eten valt ons eigenlijk tegen, al is er voor iedereen een halve kreeft; ‘s middags was het lekkerder! Maar nu zitten we comfortabel op stoelen, ook wel weer fijn. Alle schippers krijgen een prachtige oorkonde aangeboden en alle bemanningsleden een mooi hand-geweven sjaaltje. Het houdt niet op. 

Met de danseressen op de foto op mijn 62e verjaardag

We zien een traditionele dans met life muziek. Ook hier worden we uitgenodigd om mee te dansen, gezellig.

De mooie houten boten worden hier gewoon naast het huis gebouwd
De volgende ochtend rijden we naar de haven wijk. Hier wordt een offer gebracht aan de zeegoden. De dubbele kano met een platformpje er op, komt aanvaren. 
Met muziek en dans offeren aan de zeegoden

De trom slaat, de meisjes dansen en de oudere vrouwen bereiden het offer, dat in zee wordt geplaatst. Een sfeervol gebeuren.


‘s Middags varen we met z’n allen in een traditionele boot naar de overkant van de baai. Het scheepsmaatje stuurt de boot met zijn voeten; zijn hoofd komt net boven het dek uit zodat hij wat kan zien; de kapitein kijkt toe.

We mogen de inwijdingsceremonie meemaken van jonge meisjes die nu vrouw zijn geworden. Ze zijn allemaal schitterend aangekleed met een enorme hoofdtooi met goud en bloemen. De moeders en tantes juichen en schreeuwen enthousiast, maar de meisjes zelf zien er beduusd en ernstig uit. 

 

 

  

Later vertelt onze gids dat ze gedurende de voorbereidingsperiode niet naar buiten mogen en drie nachten verplicht moeten slapen op één zij en daarna drie nachten op de andere zij. In deze periode mag alleen gestampt maïsmeel gegeten worden.

We worden allemaal naar buiten gedirigeerd, de meisjes stappen in een bak op hele grote bamboe staven. Zo’n 20 jonge mannen van het dorp, zwiepen de bak omhoog; de meisjes vinden het heel eng, maar gillen is er niet bij. 

Tot slot worden alle meisjes rondgedragen of rondgereden door het hele dorp. Eindelijk kan er een lachje af bij de nieuw-bakken dames.


Natuurlijk moet hier ook worden gegeten, hele stapels snacks staan de hele middag al klaar netjes beschermd voor de vliegen door een groot stuk stof. 

De meisjes worden het hele dorp rondgedragen

Wij zeilers worden uitgenodigd in het grote huis van een van de belangrijke mannen hier. Daar staat voor ons een hele rijsttafel klaar , die we natuurlijk weer een kleermakerszit op de grond verorberen in een van de kamers in het huis. Het is weer heerlijk, de salade van jonge papaja, kool en pinda’s vind ik het lekkerst. Nils geniet ook erg van de gebakken vis en gestoofde inktvis.


Met de kooksters van de rijsttafel op de foto

De vrouwen ruimen de borden af; in mijn beste “Bahasa Indonesia” vraag ik ze of zij hebben gekookt. Dat is zo en ik kan ze een compliment maken dat het heerlijk was. Nu komt mijn Indonesisch toch nog van pas, want zij spreken geen Engels.

Wat weer een interessante en leuke middag met lekker eten! Nee, koken doen we hier niet, genieten des te meer.

woensdag 13 augustus 2014

Carnaval in Alor

Oefenen voor de optocht

Op woensdag 5 augustus varen we de inham in waar op het einde Kalahabi ligt, het grootste dorp/stad op Alor. Het is een prachtige tocht langs imposante, hoge groene hellingen met aan de voet soms een klein dorpje waar de moskee bovenuit steekt. Op veel plaatsen liggen houten platformen in het water, deze worden gebruikt om te vissen. Er hangt een net onder wat regelmatig geïnspecteerd wordt of er al vis in zit.

Er liggen al zo’n 40 schepen voor anker, een mooi gezicht. Het is er diep, we liggen op 20 meter! Het dorp heeft voor ons zeilers speciaal een tijdelijke steiger gebouwd, zodat we onze bijbootjes kunnen parkeren: een prima service waar we slechts eenmalig zeven dollar voor hoeven te betalen. Omdat de Rally alle papieren al heeft doorgestuurd, hoeven we ons alleen maar op de kade te melden. Hier is een eenvoudig ontvangst-kantoor ingericht, er staat een soort partytent met een houten bureautje er onder en onder de grote boom staan plastic stoelen in de schaduw.

Traditionele kleding

We nemen een kijkje op het sportveld waar ontzettend hard wordt gewerkt aan de laatste voorbereidingen voor het “Carnaval” voor morgen. We weten niet wat we ons voor moeten stellen bij de term carnaval in een moslimland, hoewel hier een deel van de bevolking christelijk is. Op het veld worden overal “stands” gebouwd, voornamelijk van bamboe. Wat een veelzijdig materiaal: als je het rond laat heb je stevige poten, als je het splijt heb je kleine latjes. Wil je een kleurtje, dan spuit of smeer je er zo wat verf op. Iedereen heeft ontzettend veel plezier. Er hangt een groot plakkaat van wel 10 bij 5 m, dat ons zeilers van harte welkom heet!

Krijgers vol bepakt

De volgende dag worden we om drie uur op het sportveld verwacht. Het is er vol, ook de straten eromheen. Het carnaval blijkt een grote, bonte optocht zijn van wel meer dan 30 groepen. De meeste groepen komen uit een naburig dorp in hun traditionele kledij: veel-kleurige ikat rokken en omslagdoeken. Sommige groepen bestaan uit vervaarlijk uitziende krijgers met pijl en boog die een krijgersdans uitvoeren voor het podium. 

Andere groepen dragen schitterend geborduurde kleding; wat een kleuren, wat een lust voor het oog. Natuurlijk is er ook muziek, traditionele gong en trommelinstrumenten worden meegedragen, maar er zijn ook twee moderne drumbands, compleet met majorettes! Zelfs de politie en militairen ontbreken niet.

Wij zeilers zijn de eregasten en zitten vlak achter alle hoogwaardigheidsbekleders op plastic stoelen onder een schaduw-dak van plastic. Na het defilé beginnen de toespraken, ik probeer onopvallend op te staan om al die prachtig aangeklede mensen die nu op het terrein rond lopen, te bekijken, maar dat is niet de bedoeling. Toespraken zijn belangrijk en moeten met eerbied worden beluisterd, ook al snap je er niets van. Gelukkig vertaalt de presentatrice op het podium een deel ervan in het Engels: de samenvatting is dat ze ons welkom heten en blij zijn dat we er zijn om het toerisme te promoten. Uiteindelijk kunnen we rond lopen; de prachtig uitgedoste strijders toen hun krijgsdans ook voor de toeschouwers op het veld, schitterend! 

De vrouwen maken de prachtige omslagdoeken met de hand

Er is een hele groep vrouwen die weeftechnieken demonstreren; wat een detailwerk, wat een aandacht en concentratie om geen fouten te maken. We lopen langs de stalletjes, die er nu prachtig afgewerkt uitzien. Er wordt informatie gegeven over natuurbescherming, politie of gezondheid; Nils laat zijn bloeddruk meten en krijgt een mooie button. Streekproducten en handenarbeid worden verkocht. Het is gezellig druk, dit feest is niet alleen voor de zeilers maar vooral ook voor het hele eiland.

De dansgroep poseert; ik moet erbij!

Wij moeten helaas terug om ons om te kleden voor een galadiner bij de gouverneur thuis. Als verrassing worden een aantal van onze zeilers uitgedost in de plaatselijke kledij, een mooi gezicht. Het eten staat klaar op grote tafels, wat een gastvrijheid. Ook alle gidsen en mensen die voor de organisatie hebben gezorgd zijn uitgenodigd. Na de onvermijdelijke toespraken en een elegant dansoptreden en krijgen we allemaal (weer) een prachtige, lokaal geweven omslagdoek. Dan brengt de bus ons weer naar de kade, langs het sportveld, waar het feest nog in volle gang is!

 De volgende dag is er een tour georganiseerd voor zeer bescheiden bedrag. Nils en ik zijn de enige zeilers! We hebben de bus voor ons zelf, naast de drie (!) vrouwelijke gidsen en een mannelijke begeleider. De gids spreekt prima Engels, wat een weelde.
Welkomst-dans

We rijden naar het dorpje voor onze eerste ankerplek, waar we worden begroet door een traditionele dans van de vrouwen. We dansen mee. Met een lokaal, overvol bootje steken we over naar het eilandje Kepa. Daar vindt een traditionele ceremonie plaats; de lokale bevolking “offert” voedsel aan de zee-geesten. Rijst wordt gekookt in grote plannen op houtvuren, een groot stuk vlees, een geit?, wordt geroosterd. Er zijn een paar honderd mensen.

Héél veel mensen  bij de offer-ceremonie

In gevlochten rieten mandjes wordt door de oudste vrouwen van het dorp een balletje rijst, een stukje vlees en wat betel noten mooi gerangschikt op een groen blad. De oudste mannen van het dorp roepen de geesten aan, gedurende 10 minuten kijkt iedereen ernstig voor zich uit. Daarna worden de offerandes op de rotsen in de branding geplaatst en verdwijnen zo in zee.

Het eten wordt aan de zee toevertrouwd

Dan wordt de rest van het voedsel verdeeld onder alle aanwezigen, ook wij moeten mee-eten. Het is bijzonder om dit mee te maken, dit is geen toeristisch gebeuren, dit is echt een plaatselijk gebruik.

Na afloop moet iedereen terug naar het vasteland. Overvolle lokale boten varen af en aan, ook weer apart. Na een snorkel en lunch op het strand keren we vol indrukken terug naar de Pélagie.

Sam, onze vaste Sail-Indonesia begeleider komt aan boord van de Pélagie. Hij gaat met ons mee naar de volgende ankerplaats, we vertrekken de volgende ochtend om drie uur. We hopen er met een nachtje doorzeilen te zijn. Bij het hijsen van het grootzeil, blijkt de buitenkant van de grootval versleten te zijn. Dit touw wil niet meer door het blok! Nils bedenkt een oplossing en gelukkig hebben we een reserve val (touw) aan boord. Een half uurtje later is het probleem opgelost. Helaas valt, tegen de voorspelling in de wind weg. Nu aan het eind van de tweede nacht komt Wakatobi in zicht, nadat we heel hard ons best hebben gedaan om de Pélagie af te remmen. Ook hier willen we niet in het donker aankomen. Weer een nieuwe bestemming!

vrijdag 8 augustus 2014

Bij de koppensnellers

West Timor
et een gids van koninklijke bloede, Pae Nope, gaan we op maandag 4 augustus diep het binnenland van West Timor in. Er is veel te zien onderweg, we rijden over grote rivieren, de koeien staan in de sawa’s, dorpjes met heel veel voetgangers, brommers en toeterende bemo’s, kleine busjes, en ook prachtige uitzichten over het land als we eenmaal in de bergen zijn.
Zo gaan de kippen naar en van de markt

Op de kleine traditionele markt zitten vrouwen onder een stukje plastic met een emmertje tomaten, wat boontjes en kool. Levende kippen worden in houten kooitjes achterop een brommer aan- en als de verkoop niet is gelukt, weer afgevoerd en natuurlijk heel veel betel noten. Veel mensen dragen nog de traditionele zelf geweven omslag-rokken.

De vroedvrouw voor haar ume bube

We rijden door naar None, een van de laatste koppensnellersdorpen. Er wonen nog 52 gezinnen in hun traditionele “ume bube”, bijenkorf-hutten, al negen generaties lang. Nog steeds worden hier de placenta’s van pasgeboren baby’s in de hut van de ouders begraven. We mogen een kijkje nemen in de hut van de vroedvrouw van de streek, Helena Talam. Beneden is de woonruimte, onder het hoge dak is een vliering voor de voorraden die goed droog blijven in de rook van haar vuurtje.

We worden uitgenodigd om het Fort binnen te gaan

Aan het einde van het pad nodigen krijgers, in traditionele “ikat”, ons uit met dans en muziek uit om verder te komen. Nils is onze vertegenwoordiger en krijgt een traditionele omslagdoek aangeboden. We lopen hun “Fort” binnen, dat uitstekend te verdedigen was door de anderhalf meter hoge muren aan de landzijde, begroeid met cactussen. Aan de andere kant blijkt een steile afgrond te liggen, van waaruit men vijandelijke krijgers kon zien aankomen! Onder de 200 jaar oude banyan-boom werden hier tot ongeveer 1950 hun koppensneller-expedities belegd, mits de voortekenen gunstig waren. De medicijnman bepaalde wie wel en niet mee mocht. De “koppen“ werden naar de koning in het nabij gelegen paleis gebracht, waar ze als trofee in een grot werden (worden?) bewaard.

Oorlogsdans

De krijgers voeren een oorlogsdans uit, vol expressie en passie; één krijger wordt gedood, (bijna) zijn kop afgehakt en daarna weggesleept. De vrouwen zorgen voor de muziek, de jongetjes dansen mee, zo blijven deze tradities bewaard.

Traditionele lopo

In de traditionele “lopo”, ontmoetingsplaats, krijgen we wat te drinken aangeboden, gekookt water, en zijn er betel noten en stukjes yam.

De gids heeft een lunch verzorgd in het grote huis bij hem thuis. We eten met het bord op schoot bij hem in de woonkamer waar veel foto’s hangen van deze oude radjah-familie. Het “paleis” van zijn familie staat vlakbij. De locatie is indrukwekkend: er is een hoge muur met een trap. Het huis zelf is bescheiden.
Met de koninklijke familie op de foto
De koninklijke familieleden zien er allemaal statig en bijzonder gedistingeerd uit in hun traditionele kleding, rechte rug en hun gezaghebbende uitstraling. Helaas is hun Engels zeer beperkt, een echt gesprek zit er niet in. Onze gids vertelt dat zijn familie op dit moment geen macht meer heeft. Ze leven van een visboerderij in de baai van Kupang en van wat toerisme, zoals deze tours.

De begraafplaats bij het paleis is belangrijk voor de familie. Ze behoren tot de hervormde Kerk, maar geloven ook dat de geesten van hun voorouders nog steeds invloed hebben op het leven van vandaag. Er zijn meerdere generaties koningen, koninginnen en kinderen begraven; we herkennen een aantal Nederlandse namen. De familie serveert thee Europese(!) kopjes met een zelfgebakken lekkernij. Wat een bijzondere, hartelijke ontvangst. Kupang is nog ruim drie uur rijden, gelukkig stopt Pae wél bij een benzinestation voor een plaspauze-tje; om half negen zijn we pas thuis.

Na al deze belevenissen zijn we toe aan een rustdag, even alle indrukken verwerken op de Pélagie. Woensdag 6 augustus varen we in 28 uur de 150 mijl naar Alor. Eerst hebben we een lekker windje, dan valt de wind weg, maar komt een paar uur later weer in alle hevigheid terug. De laatste paar mijl hebben we zo maar 3-4 knopen stroom tegen. Met de wind mee en de motoren aan lukt het ons toch om vooruit te komen.

Volle veerboot

Voor de festiviteiten van Sail Indonesië beginnen, willen we hier proberen te duiken. Het lukt zowaar om vlak voor het resort te ankeren en duiken voor de volgende dag te af te spreken. Dat is niet zo simpel als het klinkt, want ook voor het duiken is het hier hoog seizoen, er is maar net plaats. Helaas, die nacht krijg ik vreselijke diarree en moet overgeven, dus Nils is de enige die van het duiken geniet. Het is prachtig, heel veel verschillende anemonen en slakken, en veel verschillende soorten vis. Het zicht is geweldig en het eten in het resort lekker.

Het is maar goed dat ik aan boord ben, want de stroom en de wind duwen de Pélagie alle kanten op. Ik lig om 10:00 uur nog in bed als ik een klein boempje hoor. De Pélagie is tegen een lokaal bootje op gebotst; eigenlijk liggen we te dicht bij de kant, blijkt nu. We hadden een buurboot gevraagd om op te letten, dus die staan al snel op de Pélagie. Samen maken we het anker wat korter en houd ik ankerwacht. Gelukkig gaat het verder goed.

Ook de baby mag/moet mee in de zeilkano

Vandaag doet Nils zijn tweede set duiken en houd ik de Pélagie in de gaten. Het is een leuke ankerplek; allerlei bootjes varen af en aan, kleine boom-kano’s met zij-leggers, boom-kano’s met zeiltjes, kano’s met een lawaaierige benzinemotor en veerboten vol met mensen die blijkbaar van hier naar de andere eilanden gaan. Op de kant rennen kleine jochies achter een hoelahoep aan van scootervelgen, klimmen kleine meisjes in een boot die op het strand ligt, drie vrachtwagens storten stenen, grind en riet dat vervolgens met menskracht in kleine bootjes wordt geladen om naar het eiland te worden vervoerd. Er gebeurt hier van alles.

zondag 3 augustus 2014

Een overweldigende ontvangst in Kupang, Indonesië



Woensdag 30 juli varen we het kanaal voor Kupang in: de zon schittert op de meerboeien van de parelboerderij; vele radio torens priemen de lucht in; een moderne, roodwitte kraan staat aan de haven; in de baai liggen goed onderhouden zeeschepen voor anker, waaronder ook een uit Nederland. Van hieruit lijkt Indonesië niet echt een derde wereld land. Kleine houten bootjes varen heen en weer, de mensen zwaaien vriendelijk.

Om 11:00 uur gooien we ons anker uit en een uurtje later zit de douane al aan boord. Alle papierwinkel gaat heel vlot; ‘s middags op de kant doen we de rest. De verschillende ambtenaren hebben zitting in een zaaltje bij de haven, speciaal voor ons. Prima georganiseerd!

Mee-dansen

Die avond lopen we door de drukke straatjes, vol mensen, winkeltjes en stalletjes, met eindeloos veel brommers langs de kant van de straat. We eten vers-geroosterde vis op de vismarkt waar een paar kleine eettentjes staan; heel gezellig samen met de Giggles en de Sweet Surrender. De volgende dag slapen we eerst maar eens bij; we zijn zo moe dat de moskee vlak naast onze ankerplek ons niet kan deren met de uitbundige gezongen oproep voor het ochtendgebed om 4:30 uur.

We kopen maar weer eens een internet dongle, dit keer “unlocked”, zodat we die misschien ook in Maleisië en Thailand kunnen gebruiken. We willen naar het museum, te ver om te lopen, maar gelukkig is hier openbaar vervoer. Kleine busjes, bemo’s, scheuren door de straten. Nummer 10 zou naar het museum moeten gaan. Het lukt niet helemaal een chauffeur geeft ons een speciale lift en dus moeten we iets meer betalen, zowaar een hele dollar.

Het museum ziet er erg dicht uit maar gelukkig kunnen we de poort openschuiven en blijkt de deur naar de entree niet op slot. Maar er is niemand! Uiteindelijk vinden we vier mannen die voor een tv hangen in een ander klein gebouwtje. “Ja, het museum is open, kom maar mee”. De sleutel wordt gehaald en de twee zalen worden speciaal voor ons open gemaakt. Het ziet er stoffig en slecht onderhouden uit. De geweven doeken zijn wel mooi om te zien en de wapenverzameling is indrukwekkend. Helaas is alles in het Maleis en is onze kennis bij lange na niet voldoende om er chocola van te maken. Maar een avontuur is het wel!

OokNils danst mee

Met de bemo komen we zonder problemen terug bij de haven, even snel omkleden en dan begint de gala-ontvangst van alle zeilers. Galakleding hebben we niet bij ons, ons beste topje en overhemd moeten maar voldoende zijn.

De avond is een verrassing: er wordt op traditionele manier muziek gemaakt en er treden twee verschillende dansgroepen op. Ze dragen schitterende kostuums; de bewegingen van handen en voeten zijn ritmisch en stijlvol. We worden uitgenodigd mee te dansen, erg leuk; iedereen heeft plezier. Tussendoor zijn er wat speeches, gelukkig worden die in het Engels vertaald. Alle zeilers krijgen een prachtige schouderdoek, op traditionele manier geweven in schitterende patronen en kleuren. Het lopend buffet heerlijk, echt Indonesisch.

Traditionele muziekgroep

We maken het niet te laat, voor de volgende ochtend staat een “Trekking” op het programma, de bus vertrekt om 6:00 uur. Helaas zijn de volgende ochtend maar vijf van de ongeveer 20 deelnemers present. De bus staat er wel maar verder gebeurt er niets. Om 7:15 uur vertrekken we eindelijk, nu met zeven zeilers, voor een twee uur durende tocht het binnenland in. Het is een prachtige rit, leuk om meer van West-Timor te zien dan alleen Kupang. Bij aankomst vraagt gelukkig de gids of we niet naar de wc moeten. Dat is nog niet zo makkelijk, hij vindt een huis met een redelijke wc voor de vier vrouwelijke deelnemers. Het is wel een hurk-wc, zonder toiletpapier natuurlijk. Gelukkig mag ik wat van Karin lenen. Nee, we zijn niet meer in Australië, waar je over de wc’s struikelt.

Iedereen wil met ons op de foto

Het is erg druk op de plek waar we denken dat we gaan wandelen; die mensen zijn toch niet allemaal voor ons gekomen? Er staan wel een paar 100 stoelen en er zitten al heel veel mensen te wachten. Als wij komen begint het programma; dus waarschijnlijk ook een uur te laat. Niemand lijkt er een punt van te maken.

De toespraken beginnen, dit keer is er geen vertaling; we wachten het dus rustig af. Het blijkt dat er een soort competitie is geregeld van wandelgroepen met als doel het Ecotoerisme in dit gebied te promoten. Dat laatste moeten wij zeilers doen. Het wordt ons de hele dag niet duidelijk waar deze competitie uit bestaat, maar dat mag de pret niet drukken. Met onze groep studeren de een “Yell” in en gaan enthousiast op stap, als vierde groep van de in totaal 12.
Zomaar dansen in het bos
Onderweg zijn er hindernissen die wij als “bezoekers” niet hoeven te nemen. Natuurlijk proberen we dat wel, met als gevolg dat binnen de kortste keren onder de modder zitten, net als onze groepsgenoten. Op het eind moet een van onze groep “abseilen” en de rest met een rubberboot. Tot grote hilariteit van de honderden toeschouwers, waaronder veel kinderen. Het is hier vakantie

Terwijl we wachten op de rest van de groepen wordt er een lekkere pittige, harde muziek gedraaid met de hulp van een aantal grote boxen en een generator. Iedereen begint spontaan te dansen, gewoon op de bosgrond met name ook een aantal oudere mensen die heel stijlvol en heel gedistingeerd op de muziek bewegen tot groot enthousiasme van iedereen. Ook wij worden uitgenodigd om mee te dansen, wat we natuurlijk doen. Heel bijzonder dat iedereen zoveel plezier heeft, met zo weinig middelen.

Iedereen wil met ons op de foto, we zijn blijkbaar populair; onze kaken gaan pijn doen van het lachen, maar het is hartstikke leuk. Ik maak een praatje met een aantal groepen. De meeste spreken wat Engels, veel jonge mensen zitten op de universiteit. Niet alleen jongens, maar ook meisjes willen leraar, mecanicien, politieagent, verpleger of ICT-er worden. 

Absailen en bootje varen

Er wordt voor alle deelnemers een eenvoudige maaltijd geserveerd, grotendeels rijst, yam en aardappel-banaan. Er is zelfs zowaar een kleine groenteschotel en natuurlijk de onvolprezen sambal, die ik gelukkig laat staan.

Na de prijsuitreiking, met weer de nodige toespraken in het Maleis, moeten we nodig terug. Die avond staat er nog een tweede galadiner op het programma. Ook nu treedt er weer een elegante dansgroep op en krijgen we allemaal een traditionele stola. Wat een verwennerij. Het is vooral ook heel gezellig met de andere zeilers. Wat een fantastische ontvangst in Kupang!