maandag 18 mei 2015

Vier dagen in het binnenland van Madagaskar

Moeras landschap onderweg naar het noorden
Sergio laat een aanbeveling zien van een andere zeiler die erg enthousiast was over een tochtje dat Sergio via een familielid heeft georganiseerd naar het binnenland. Zo iets willen wij ook wel! Dit gaat via "Ali" die alleen vrijwel onverstaanbaar Frans spreekt. Sergio vertaalt. Uiteindelijk besluiten we woensdag voor vier dagen naar de twee Nationale parken in het noorden van Madagaskar te gaan. Het is niet goedkoop, ruim € 100 per dag voor de 4-wheel drive met chauffeur, maar die spreekt wel Engels verzekert Ali ons meerdere malen. Gelukkig blijkt de pinautomaat nu twee keer zoveel uit te betalen; na vijf keer pinnen hebben we genoeg om het tochtje en de hotels onderweg te kunnen betalen.
Dinsdagmiddag komen de zeilers van de andere twee zeilboten in de baai bij ons een drankje halen. Zij varen hier al jaren rond en zijn erg enthousiast over dit zeil-gebied. Er zijn nog zo weinig andere boten en toeristen en de natuur is prachtig met mooie ankerplekken. Jean Pierre heeft zelfs een "pilot" geschreven die we van hem mogen kopiëren voor € 10. Een prachtig document, helaas in het Frans, maar zelfs voor mij met wat moeite leesbaar.
Woensdagochtend staan we om zeven uur op de steiger. Sergio staat er al en neemt Peltje van ons over. Hij zal de komende dagen op de Pélagie passen en er ook 's nachts slapen. De speedboot naar het vasteland moet om half acht vertrekken. We zijn verbaasd dat inderdaad om precies half acht de boot vol zit met 16 passagiers en de motor gestart gaat worden. Dat lukt nog niet zo goed, pas na 30 keer proberen gaat de motor aan. Een zucht van opluchting gaat door de boot. Na een half uurtje stappen we uit bij de simpele steiger van Ankify. Een vijftal bootjes en 20 houten huisjes schots en scheef markeren de plek waar alles van en naar Nosy Be gaat. Er staat een prachtige grote witte 4-wheel drive. Die is inderdaad voor ons! Ali is meegekomen en stelt ons voor aan de chauffeur Sebastiaan. Helaas, hij spreekt alleen Frans! Nou ja, een goede oefening voor mijn Frans!
Panter Kameleon
Na 20 minuten trapt Sebastiaan stevig op de rem: een kameleon is net de weg overgestoken! Het blijkt een prachtig fel-gekleurde panter kameleon te zijn. Hij stapt rustig weg door het gras, schitterend om te zien!.
Ons eerste doel voor vandaag is het Ankarana nationale park, 180 km naar het noorden. Het eerste stuk van de weg is redelijk, maar er zijn ook stukken met vreselijke gaten en plekken waar de auto's naast de weg rijden omdat het asfalt grotendeels verdwenen is. Gelukkig is het nu het droge seizoen, dus ligt er geen modder! Vooral als er huisjes langs de weg staan en deze dus intensiever wordt gebruikt, is er van het asfalt soms weinig meer over.
Winkeltjes en hutjes langs de weg
Het landschap varieert sterk, in de buurt van Ankify is er veel bos en groen, later zijn er meer savanne-achtige stukken met veel gras. Oude niet zo hoge kraters zijn duidelijk zichtbaar. De weg gaat vaak over water, kleine stroompjes maar ook grote brede rivieren, soms een moeras. Waar veel water is zijn fel groene rijstvelden waar hard wordt gewerkt.
Oude peugeot, omgebouwd tot busje, de achterste man past alleen op de rand
Alles en iedereen gaat over deze enige weg naar het noorden. Taxibusjes zitten propvol met mensen, de bagage hoog op het dak gestapeld.  Mensen lopen hele einden langs de weg, vrouwen met manden op hun hoofd, tieners in schooluniformen op weg naar hun college, mannen op weg naar…..? 
Zeboe drijven is mannen of jongens werk
De lokale runderen, zeboe's genaamd, sjokken gehoorzaam achter hun eigenaren aan, iedere zeboe met een lang touw door de neus. De zeboe's zijn belangrijk voor de economie hier: niet alleen leveren ze vlees en melk, waar kaas van wordt gemaakt, ook trekken ze karren en ploegen. 
Madagaskar is een erg arm land, hier is de fiets een belangrijk vervoermiddel, niet alleen voor personen, maar ook voor allerhande vracht, zoals 12 levende kippen! Wat in Indonesië en Maleisië per brommer ging, lijkt hier per fiets te gaan.
Naar de markt, de kippen leven nog anders bederven ze natuurlijk
Langs de hele route zien we kleinere en grotere verzamelingen van simpele houten hutten met een dak van palmbladeren. Ertussen is meestal alleen zand, de bewoners zitten in de schaduw van bomen of hun eigen dak gewoon op de grond, er zijn zelfs geen matten om op te zitten!. Soms zijn er simpele houten bankjes of krukken. Vaak wordt er wat verkocht, langs de weg heb je misschien wel klanten.
Volgens Sebastiaan gaan de kinderen naar school, maar de heldere grote schoolgebouwen die we in bijvoorbeeld Indonesië in alle dorpen zagen, zien we hier nauwelijks.
Alleen in het dorp of stadje Ambilibe na ruim 120 km zien we weer stenen huizen. De markt is erg druk, rommelig en vies. Er wordt ook qat verkocht, later zien we ook mensen dit spul kauwen.
Net voor de middag komen we aan bij het bungalowpark naast de ingang van het Ankarana nationale park. Bungalow park is een groot woord voor een verzameling huisjes en hutjes, zonder waterleiding en zonder elektriciteit; dat heb je hier in het binnenland niet. Onze kamer is prima met een eigen douche en toilet. Het eten is eenvoudig maar lekker in het overdekte "restaurant"; een simpele plek met tafels en stoelen en een dak van palmbladeren. Hier ontmoeten we onze park-gids Apolinaire, die uitstekend Engels spreekt, wat een weelde.
Na de lunch maken we een vier uur lange wandeling in het park. Onze gids vertelt veel over de bomen en planten in het regenwoud, zoals de indrukkende boababs. en na een half uur zien we een hele groep makies, aap-achtigen, lemuren in het Engels, die alleen op Madagaskar voorkomen. Ze zijn schattig, met hun grote rode ogen kijken ze ons aan.
Makies kijken je aan
We dalen af naar een enorme druipsteengrot, waar veel vleermuizen tegen het plafond hangen. De druipsteen-formaties zijn prachtig en weinig bezocht, alleen een paar maanden per jaar in het droge seizoen is de grot toegankelijk. Gelukkig hebben we een prima zaklantaarn, elektrische lampen zijn hier natuurlijk niet. Op de terugweg zien we de makies van heel dichtbij, prachtig.
Klimmen en klauteren in de grot
Moe en voldaan staan we aan het eind van de middag onder de douche. Onze verbazing is groot als we Nederlandse buren blijken te hebben, die met een gehuurde auto drie weken door Madagaskar trekken, gezellig kletsen dus! Na een lekkere, simpele maaltijd met zeboe-kebab liggen we vroeg in bed.

Eindeloze kalksteen velden met scherpe punten, Tsingy
Om zeven uur de volgende ochtend vertrekken we weer naar het park voor een lange wandeling naar de karakteristieke "Tsingy", kalksteenformaties met hele scherpe punten.  Bij een grote kloof is een hangbrug gebouwd waar we een prachtig uitzicht hebben over de omgeving. Apolinaire geeft interessante informatie over het landschap en vogels en vindt voor ons weer een groep makies. Weer genieten dus.
Na de lunch vertrekken we naar Diego Garcia, de diepzeehaven in het noorden waar de Fransen hun garnizoen hadden. Apolinaire gaat met ons mee. Onderweg vertelt hij dat hij een officiële gids is voor alle parken in het noorden van Madagaskar. Het is geen volledige baan, er zijn teveel gidsen. Hij woont in Ambilobe, waar hij een eigen Engelse school heeft opgezet. Nu hij een nacht weg is met ons, neemt zijn assistente de zaken waar. Hij vertelt dat hij nog niet getrouwd is: hij heeft nog geen zeboe kunnen kopen voor de familie van zijn bruid. Jonge mensen kunnen zelf hun partner kiezen, alleen in het meer traditionele hoogland maken de ouders vaak nog een keuze. Een bruiloft kost veel geld, er wordt vaak drie keer getrouwd: één keer voor de wet, één keer voor de traditionele voorouders, en mogelijk nog een keer in de kerk. Al die keren moet er natuurlijk een feest worden aangericht. En dan moet er een huis zijn met inrichting. Apolinaire wil twee kinderen en voldoende geld om ze naar een privé school te sturen.
In Diego geeft Apolinaire ons een rondleiding door de stad. De oude koloniale gebouwen zijn interessant, maar vooral vergane glorie, met de nadruk op vergaan. Er is een grote visfabriek, dus in ieder geval iets van werkgelegenheid. We worden afgezet bij een redelijk hotel in het centrum, eten een lekkere maaltijd om de hoek en liggen weer vroeg in bed, voldaan met alle indrukken van deze tweede dag.
Ook vrijdag staat Sebastiaan met  Apolinaire om zeven uur klaar om ons naar het Mont d'Ambre nationale park te brengen. Dit ligt iets hoger en heeft een aangenaam, wat koeler klimaat, vandaar dat de Fransen hier hun voornaamste huizen bouwden en gewassen teelden. De weg is prima en zoals altijd is er veel te zien.
Een hele kleine kameleon, onze kleinste was maar half zo groot
Mont d'Ambre is koeler en vochtiger, dus andere vegetatie zoals veel varens en varen bomen. Onze gids vindt een groot aantal kameleons voor ons, hele kleintjes en ook grotere. Nils geniet er erg van: “Kameleons zijn bijzondere beesten, de meeste soorten komen hier in Madagascar voor. Ze variëren in grootte van ongeveer 45cm, zoals de panter kameleon, die we op de weg zagen tot hele kleine. De kleinste is net ontdekt (2012): 1,2-1,5 cm groot. Wij mochten de vroeger kleinste op onze hand vasthouden, tot 2cm groot, verbazingwekkend dat echt alles er op en er aan zit! Ze hebben niet alleen schutkleuren, maar vaak ook uitstulpingen ter camouflage, leuk om te zien.”
Verder zien we in het park een aantal watervallen, een mooi meer en zijn er prachtige uitzichten.
Lunch met Sebastian, links, en Apolinaire, naast Nils
We lunchen erg lekker en gezellig bij een klein restaurant, waarvan de eigenaren familie zijn van Apolinaire. Hier nemen we afscheid van Apolinaire, Sebastiaan rijdt ons terug naar ons hotel, de volgende ochtend moeten we al om half zes vertrekken voor de terugweg. Die middag slenteren door het stadje en genieten van het internet van het hotel.
We staan in het donker op, maar eenmaal in de auto blijkt het leven in de stad al volop op gang. Bij de bakker stoppen we voor verse broodjes, de fiets–bezorger is al onderweg met een grote mand verse baguettes achterop en langs de weg is het een drukte van belang. We stoppen voor koffie bij een marktje in een dorpje, leuk!
Koffie stalletjes lans de kant van de weg
Zaterdagmiddag om twaalf uur staan we weer in Ankify, zo vroeg omdat het later in de middag lastig is om over te steken naar Nosy Be, zegt Sebastiaan. Wij vinden dat overdreven, de echte reden is waarschijnlijk dat Sebastiaan nog diezelfde middag terug moet naar Diego waar hij en de auto vandaan komen. Nou ja, we hebben vier prachtige, indrukwekkende, interessante dagen gehad!
Bij terugkomst ligt de Pélagie er prima bij, altijd weer heel fijn! Nu eerst maar eens alle indrukken verwerken, onze spieren wat rust geven en een beetje bijslapen.

dinsdag 12 mei 2015

Rond Cape d’ Ambre, nu in Nosy Be



Bij de noordpunt van Madagaskar, Cape d'Ambre, komen meerdere stromen uit verschillende richtingen bij elkaar. Het kan er ook vreselijk hard waaien, want de Zuid-Oostpassaat moet afbuigen rond de hoge bergen van Madagaskar en kan pas bij de noordpunt weer volop verder waaien. De bijbel van de wereld-zeilers van Jimmy Cornell noemt dit gebied een "heksenketel"; al die verschillende stromingen zorgen voor een bijzonder warrige zee nog verder versterkt door de harde wind. Jimmy Cornell raadt dan ook aan om deze kaap op ruim 30 mijl afstand te passeren.
Wind en golven op de Indische Oceaan
24 Uur voor we de bij de kaap komen is de wind toegenomen tot ruim 25 knopen, windkracht zeven. De Pélagie doet het prima: er zitten riffen in het grootzeil en de fok en de stuurautomaat houdt prima koers. De bemanning hoeft niets te doen, die moet zich alleen goed vasthouden om niet om te vallen als de Pélagie hotze de klots over de golven stuitert. Alles went en 's nachts slapen we (met oordopjes) allebei prima ondanks de vele bewegingen, het gekraak en de roffels van de golven tegen de buitenkant van de Pélagie; in onze slaapkamer zit er maar een dun wandje tussen ons en de onstuimige zee.
We gaan wel hard 7-8 knopen, het lijkt erop dat we de kaap in het daglicht kunnen ronden, zodat we kunnen zien hoe onstuimig de zee echt is. Een paar uur voor we op de hoogte van Cape d'Ambre zijn neemt de wind wat af, de zee lijkt zelfs wat rustiger te worden. We besluiten wat dichter langs de kaap te varen zodat het straks makkelijker wordt om tegen de wind in naar het zuiden te gaan.
Het loopt allemaal prima, de "heksenketel" hebben we eigenlijk niet gezien. De wind draait voldoende zodat we gemakkelijk naar het zuiden kunnen varen. Alleen de stroom blijft sterk die zet ons behoorlijk naar het westen. De Pélagie racet dapper door, nog steeds gaan we acht mijl door het water en zeven mijl over de grond.
Het zeil is gemaakt van oude zakken!
De volgende ochtend zien we eindelijk Madagaskar in de verte liggen. De zee wordt kalm en later in de middag moet zelfs de motor bij. Overal zien we witte stippen: de zeilen van de traditionele vrachtschepen en de kleine zeiltjes van de boomstamkano's. Die laatsten lijken gemaakt van zakken waarin meel, rijst of misschien cement vervoerd is. Om half vier 's middags valt ons anker in de baai van Hells Ville.  Nog dezelfde middag komt Sergio langs en biedt zijn diensten aan om ons te helpen met het inklaren, in het Engels, prima. Na een heerlijk glaasje wijn liggen we met donker in bed.
Vrachtschip met zeil
De volgende ochtend krijgen we bezoek van een traditionele outrigger kano. Of we een oude lijn willen ruilen tegen fruit. We hebben nog best veel oude stukken touw, dat kunnen ze hier vast goed gebruiken. Met veel plezier wordt het fruit over gegooid en is onze zeiler blij met een lang stuk stevig touw.
We ruilen een oude fokkeschoot voor vers fruit
Vandaag, maandag 11 mei, hebben we met de goede hulp van Sergio het halve stadje rondgelopen om alle papierwerk af te ronden, op de juiste plaats te betalen en stempels in ons paspoort te krijgen. Sergio helpt ons om iedereen te verstaan, Madagaskaans kennen we natuurlijk niet, vrijwel niemand spreekt Engels, alleen sommige mensen spreken Frans.
Op Noonsite waren er berichten van corrupte politieagenten, maar dat lijkt verleden tijd. Overal hangen nu duidelijke papieren wat we moeten betalen en we krijgen overal netjes een betaalbewijs met het bedrag erop. Madagaskar is niet zo goedkoop: € 30 per persoon voor het visum, € 20 voor de douane, € 45 voor de Cruising Permit en € 10 administratiekosten. Nou ja, in Galle hebben we ongeveer € 200 betaald, voor  Chagos ongeveer € 300 dus het valt nog wel mee.
Eindelijk weer restaurantjes, heerlijk!
Geld uit de muur halen is hier nog niet zo gemakkelijk, onze bankpassen werken niet, alleen met een creditcard kunnen we geld halen maar niet meer dan € 65 per keer. Morgen toch maar eens uit uitzoeken of dat gemakkelijker kan, we willen een tochtje naar het binnenland boeken en hebben dus wat meer geld nodig.
We zijn in een andere wereld, de kleine houten politiepost aan de haven wordt bemand door wel 10 politieagenten, die geen van allen iets te doen lijken te hebben. Op deze maandag ochtend hangen veel mensen rond op de straatjes rond de haven. Als er een uurtje later een vrachtboot binnenkomt zijn wel 20 mensen bezig die met de hand te lossen. Werkeloosheid is hier vast een groot probleem.

donderdag 7 mei 2015

Onderweg naar Madagaskar,10-de dag

De dagen en nachten rijgen zich aaneen hier op de Indische Oceaan. Het is volle maan, wat een weelde zoveel licht 's nachts. Ik geniet er erg van om dan buiten te zitten en te kijken naar de schitteringen van de maan op het water. Ook de vogels zijn actief bij deze volle maan. De zevende nacht zijn er zes kleine stormvogeltjes om de Pélagie en de achtste nacht bij echt volle maan wel meer dan 30! Zouden ze het elkaar hebben verteld dat je hier kunt uitrusten op onze zonnepanelen? Ze kwetteren er op los en slagen erin op de draden van onze zeereling te landen en dat terwijl de Pélagie met vijf knopen per uur voort sjeest! 30 vogeltjes op onze zonnepanelen wordt me te gortig en ik jaag ze weg met een handdoek. De volgende dag schrobben we de zonnepanelen met schoon water; met vogelpoep erop werken ze echt een stuk minder.
We hebben een prima ritme gevonden. Onze warme maaltijd eten we rond vijf uur. Na de afwas gaat Nils slapen om een uur of zes. Ik geniet dan van de zonsondergang en zit lekker te lezen. Om half tien mag ik gaan slapen en houd-Nils wacht tot één uur, dan ben ik weer aan de beurt. Het kost me altijd moeite om wakker te worden zo midden in de nacht. Nadat ik de zeilen, de koers en eventuele schepen in de buurt heb gecontroleerd, maak ik voor mezelf een pot thee en ga lekker buiten ontbijten. De eerste dagen van deze reis heb ik filmpjes gekeken 's nachts, de serie Heimat over de geschiedenis van Duitsland. Erg leuk en dan gaat de tijd snel. Wel moet ik natuurlijk ieder kwartier even opstaan om alles in de gaten te houden: de wind en de koers te controleren en indien nodig de stand van de zeilen aan te passen, de ramen dicht te doen voor een regenbui en de administratie bij te houden. Minimaal twee keer per dag schrijven we onze positie op in het logboek zodat we een geschreven kopie hebben. Met de nieuwe generator draait Nils extra stroom, meestal in zijn eerste of tweede wacht. Om half vijf mag ik gaan slapen en mag ik zelfs uitslapen! Meestal word ik ergens tussen acht en negen uur wakker. Dan gaat Nils nog lekker even naar bed. Overdag doen we het huishouden, de Pélagie moet wel schoon en opgeruimd blijven. Ik bak brood, maak yoghurt en af en toe een jelly toetje. Nis loopt een controlerondje om te kijken of er toch niet iets in ongerede is geraakt Er is tijd genoeg om lekker te lezen, aan fotoalbums te werken en 's middags doen we samen vaak een spelletje. Jullie begrijpen het al, we vervelen ons niet hier op de oceaan.
Schepen zien we bijna niet, 2 tot nu toe in 10 dagen. Ook de vissen laten het afweten, de hengel hangt al weer een paar dagen uit. Drie keer heeft er een vis gebeten, de eerste keer was hij snel weer weg, de tweede keer met meenemen van de haak en het loodje. De derde ontsnapte tijdens het inhalen, wipte van de haak.
Nu op de 10e dag is de wind aangetrokken tot ongeveer 18-20 knopen. Er zit een rif in het grootzeil; de Pélagie snelt vooruit met 6-7 mijl per uur. Over twee en een halve dag denken we de punt van Madagaskar te ronden. Dan is het nog anderhalve dag naar Hells Ville aan de Noord Oostkust, waar we moeten in klaren.
Al 1015 mijl afgelegd, nog 535 mijl te gaan.

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

zondag 3 mei 2015

Onderweg naar Madagaskar, 6-de dag

Na nog een dag met weinig wind trekt in de avond van de derde dag op zee de wind aan naar een lekkere 10-15 knopen. Wel hebben we nog last van tegenstroom waardoor ook de zee wat onrustig is. Toch slapen we heerlijk en is het leven aan boord comfortabel.
De bemanning van de Castello heeft ons nog een heleboel vis meegegeven, opmaken bij de barbecue lukte niet. De eerste drie dagen eten we dus 's avonds vis die al gaar is. Lekker gemakkelijk.
Hier zien we af en toe wat zeevogels, Jan van Genten en kleine stormvogeltjes. Op de 2-de nacht komen er een paar uitrusten op de Pélagie. Dat vinden we prima, tot de volgende ochtend en grote witte plekken stront zijn achtergebleven. De volgende keer moeten ze echt een andere plek zoeken, die hier natuurlijk niet is, zo midden op de oceaan.
Nu op de zesde dag is het zeilen nog steeds comfortabel met een halve tot achterlijke wind tussen de 10 en 15 knopen, volgens de voorspelling. De stroom staat nu bijna mee en de zee is wat rustiger. De slaapkamerramen boven op het dek kunnen zelfs op een kiertje blijven staan; frisse lucht tijdens het slapen is een luxe op zee.
Het wordt langzamerhand wat minder warm, de zeewatertemperatuur loopt iedere dag ongeveer 0,3° terug volgens onze thermometer. De lekkere wind zorgt voor afkoeling in de boot, heerlijk. Gedurende de nachtwacht trek ik zelfs een bloes met lange mouwen aan en een kniebroek. Er zijn vrijwel geen andere schepen op dit deel van de oceaan. Na zes dagen hebben we gisteren één andere boot gezien, wel blijven uitkijken dus.
De Pélagie zeilt met 5-6 knopen per uur dapper verder richting Madagaskar.
565 mijl gevaren, nog 995 te gaan.

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

woensdag 29 april 2015

Naar Peros Banhos - Onderweg naar Madagaskar

Voor anker bij Peros Banhos
Eigenlijk willen we zaterdag 25 april naar het volgende atol, Peros Banhos, vertrekken, maar er hangen dreigende donkere regenwolken in de lucht. Er is geen haast, dus blijven we een dagje rustig liggen en werken aan onze fotoalbums en doen bootklusjes. Zelf halen we het anker op, ik duik zelfs helemaal naar 6 m om het anker vrij te maken; gezamenlijk hijsen we het anker in het bijbootje. We zijn trots op onszelf! Norbert haalt die middag onze lijnen weg van de mooring, die liggen zo diep daar kunnen we zelf niet bij. Voor de zekerheid staat 's nachts de ankerwacht aan.
Zondagochtend varen we voorzichtig het atol uit, de zon staat nog laag en schijnt recht in ons gezicht. Het is moeilijk om de ondieptes te zien. Een paar keer moet Nils vol in de achteruit omdat ik, op de voorpunten staand, de ondieptes pas op het laatste moment kan zien. Gelukkig gaat alles goed. 
In het atol Peros Banhod worden we begroet door een school dolfijnen
Tegen twee uur varen we Peros Banhos binnen en ratelt de hengel. Nils haalt hem binnen, een mooie makreel, alleen is tijdens het binnenhalen de hele staart er af gebeten, we vermoeden een haai, er is weinig vlees over. Ons diepvriesje is bijna leeg, dus gaat weer de hengel uit. 5 Min. later hangt er een mooie "rainbow warrior" aan de lijn. Nu hebben we genoeg vis voor een aantal dagen!
Een uurtje later gooien we ons anker uit naast de twee schepen die er al liggen. Ook hier is het water helder blauw en de eilandjes hebben stralend witte stranden; het oogt als een paradijs.
Van zo'n grote rifhaai die om me heen cirkelt bij het snorkelen, wordt ik wel een beetje zenuwachtig!
Allereerst moet de volgende ochtend de bodem van de Pélagie een grondige beurt krijgen; alle grote en kleine aangroei moet helemaal weg. Daarna zwem ik meteen door naar het dicht bij gelegen rif. Het is er prachtig, de koralen zien er heel gezond en bijzonder gevarieerd uit. Er is heel veel vis veel verschillende soorten, ook grotere vissen die ik nog niet eerder heb gezien. Een grote rifhaai cirkelt rondjes, daar word ik wel een beetje zenuwachtig van ook al weet ik dat deze soort niet gevaarlijk is!
Langs het strand van PerBanhos
's Middags verkennen we het eiland; ook hier zijn ruïnes van grote gebouwen en watertanks. De rails die over de aanlegsteiger heeft gelopen, steken verroest en nutteloos de lucht in. Er staan nog veel taro en cassave planten, blijkbaar deed men hier ook aan landbouw. Jammer dat de mensen hier niet meer mogen wonen.
Een hele grote vis op de BBQ
Reza van de Castello komt langs, hij organiseert morgen een barbecue voor alle vier de boten die hier nu liggen, hij heeft gisteren een hele grote vis gevangen, die we met z'n alle zullen proberen op te eten. Eigenlijk waren we van plan de volgende dag te vertrekken, maar voor een gezamenlijke barbecue blijven we natuurlijk.
's Avonds halen we de gribfiles op. Omdat we een groot gebied nodig hebben en er geen goed radio-ontvangststation meer in de buurt is, zijn de heel blij met onze Iridium telefoon met dataconnector. Het blijkt dat er de eerste twee dagen richting Madagaskar geen wind is, dan een dag of zeven en heerlijke matige wind en aan het einde van de 10-daagse periode gaat de passaat echt stevig doorwaaien. Wij houden wel van een rustige windje en besluiten dan ook de volgende dag direct na de barbecue alsnog te vertrekken. 
Gezellig!
De barbecue is erg gezellig, de Castello zorgt voor de vis en de andere boten nemen allemaal wat salades groentes en een toastje vooraf mee. De andere zeilers drinken wijn of bier, wij houden het op water gezien onze verdere plannen voor die dag.
3 bootjes van 3 zeilschepen bij Peros Banhos
Om half vijf 's middags varen we door de pas op weg naar Madagaskar. De maan staat helder aan de lucht in haar eerste kwartier, de zee is spiegelglad, de motor staat zachtjes bij, een rustige start van deze 1550 mijl lange tocht, onze langste oversteek sinds de Pacific twee jaar geleden.
Het blijkt een goede beslissing om eerder te vertrekken, die avond is er een pittige wind uit een aantal buien, dat schiet lekker op. In de ochtend van woensdag 29 april trekt de wind iets aan. Drie knopen snelheid te vinden we ook prima, dus de motor kan uit. Nu zeilen we al de hele dag rond de 3-4 knopen, valt dat even mee. Onze koers is zuidelijker dan nodig, rond de zevende breedtegraad voorspellen de gribfiles de rustige wind rond de 10-15 knopen. Voorlopig laat de Indische Oceaan zich van haar vriendelijke kant zien.
104 mijl gevaren, nog 1445 te gaan.
----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

vrijdag 24 april 2015

Onbewoonde wereld

Voor anker bij Bogum een eilandje in het Salomons atol in Chagos.
De dagen rijgen zich aaneen hier in dit prachtige atol. Het is onbewoond, niemand mag er komen, het is een natuurgebied. Alleen zeilers met een vergunning mogen er maximaal vier weken blijven liggen. Er zijn strenge regels, we mogen alleen overdag aan land op het eiland Bogum, kamperen mag niet. Vegetatie, dierenleven, schelpen en zelfs dood koraal alles is beschermd. Volgens de papieren die we bij onze vergunning kregen staan overal strenge boetes op, tot zelfs gevangenis aan toe.
De eerste twee dagen is het bewolkt met veel wind en regen. Met het waterzeiltje vangen we zoveel regenwater op dat we uitgebreid de was kunnen doen. Hier is niemand die een wasserette runt!
Dan komt de blauwe lucht terug en liggen we iedere dag in het heldere, warme water om te genieten van de kleurige onderwater wereld. Het valt een beetje tegen, veel koraal is gebleekt, waarschijnlijk een gevolg van de te hoge watertemperatuur van de afgelopen jaren. Ook zijn er minder koraal-vissen dan ik had gedacht, hier mag immers niet gevist worden. Wel zijn er veel haaien en grote groupers, karper-achtigen, altijd imposant.
Wandelen op Bogum tussen de ruines
Ik vaar samen met een aantal andere dinghies helemaal naar de buitenkant van het rif de zee op om daar de onderwaterwereld te bekijken. Vanwege de grote golven moeten we vrij diep blijven. Gelukkig is het zicht prima, maar de vissen zijn toch wel ver weg. Een schildpad zwemt rond, haaien cirkelen om ons heen en een aantal grote groupers verschuilen zich onder de koralen.
Iedere dag doen we een aantal klusjes, maar er is ook genoeg tijd om lekker met de andere zeilers op het strand te kletsen en wat te drinken. Maandag middag is Antje ongerust, haar man Norbert is samen met Tyler van de Emerald Sea aan het vissen op een stuk koraal vlak bij de uitgang van het atol. Ze zouden om vier uur terug zijn, maar nu is het al bijna vijf uur! Uiteindelijk gaat Steve ze zoeken en vindt de twee mannen vlak voor donker op een van de eilanden, zonder dinghy! Degene die op de dinghy zou letten, had hem toch even voor anker gelegd op het koraal. Toen hij weer boven kwam zag hij de dinghy wegdrijven. Hij zwom er achter aan, maar de stroom was te sterk. Toen de tweede persoon boven kwam, was alleen de dinghy in de verte te zien en zijn maat leek spoorloos. Pas na ruim een uur kwam die uitgeput terug, hij had de dinghy niet meer kunnen bereiken.
Er wordt nog een laatste zoekactie op touw gezet door de zeilers vlak voor donker, maar de dinghy blijft onvindbaar. De volgende ochtend om zeven uur wordt verder gezocht, zonder resultaat. Niet de beste plek om je dinghy en buitenboordmotor te verliezen zo ver van de bewoonde wereld. Gelukkig heeft een van de zeilboten nog een kleine reserve dinghy, zo kunnen ze toch nog van hun boot af.
Op Bogum leven grote kokos krabben
Op Bogum, het eiland waar we wel op mogen, staan de ruïnes van een dorp, compleet met kerk en ziekenhuis volgens de foto's die hier liggen. In 1963 heeft Engeland alle mensen geëvacueerd naar Mauritius, omdat ze het eiland Diego Garcia van de Chagos groep aan de Amerikanen wilden verhuren als vliegbasis. Die eisten dat alle atollen onbewoond zouden zijn. De Britten hadden de oorspronkelijke bewoners compensatie beloofd, maar dat is in de zakken van de officials in Mauritius blijven steken. Eén zeiler wist zelfs te vertellen dat de oorspronkelijke bewoners een rechtszaak hebben aangespannen bij het Europese hof van de Rechten van de Mens en die hebben gewonnen. Engeland zou de oorspronkelijke bewoners moeten laten terugkeren en schadevergoeding betalen. Maar nu is er natuurlijk niets meer om naar terug te keren. Het hele dorp is overwoekerd door de palmbomen, de steiger is helemaal verkruimeld en de kopra handel, waar men van leefde, is ingestort.
Ons eigen afval verbranden
De zeilers-gemeenschap gebruikt nu het strand en een paar muren als een ontmoetingsplaats. Er staan wat oude plastic stoelen, een roestig wagenwiel dient als tafel, de barbecue bestaat uit een paar stenen met een rooster en er is zelfs een volleybalnet onder de bomen gespannen. De kustwacht heeft een grote ijzeren ton neergezet waar we ons afval kunnen verbranden; blikjes en glas komen ze ophalen volgens de papieren, maar nu ligt er een hele stapel.
Op initiatief van Antje organiseren we met z'n allen een gezellige Pot-Luck: iedereen neemt wat mee, erg gezellig. In het bos naast de ruïne van de kerk staat een soort inheemse "appelboom". De vruchtjes zijn rijp en gekookt met wat suikerwater en vanille-extract best lekker. Dat is ons toetje voor vanavond, samen met zelfgemaakte yoghurt.
Aan het strand bij de zee-kant
Na het verbranden van ons afval wandelen we vandaag het enige wandelpad hier op het eiland. Het pad is gemarkeerd door boeien,gebruikt voor netten, die hier in grote getale aanspoelen. Na ongeveer 20 minuten lopen tussen de kokospalmen staan we aan de buitenkant van het atol, grote golven slaan hier op de koralen en rotsen, een mooi gezicht.
BBQ met alle zeilers op het strand bij de "Yachtclub"
Ondertussen zijn nog vijf boten aangekomen, het wordt hier gezellig druk. Wij blijven nog even, dan gaan we naar Peros Banhos, een atol 25 mijl verder naar het westen. Pas begin mei willen we verder zeilen naar Madagaskar, omdat dan het stormseizoen hier in de zuidelijke Indische oceaan officieel voorbij is.
Jullie moeten wachten op de foto's tot we weer internet hebben, pas in Madagaskar.

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com